Blaaspoliepen

Stadia van blaaspoliepen

Indicatie

Een TURB is een ingreep die is aangewezen bij de diagnose van blaaspoliepen (vaak gevonden naar aanleiding van hematurie of bloed in de urine of irritatieve plasklachten).
Blaaspoliepen kunnen oppervlakkig of invasief zijn, wat enkel na resectie kan worden bevestigd door microscopisch onderzoek op pathologie. Dit is belangrijk voor het eventuele verdere verloop van de behandeling.

Transurethrale resectie van de blaas (TURB)

Ingreep

Een transurethrale resectie van de blaaspoliep (TURB) is een minimaal invasieve ingreep die wordt uitgevoerd door met een resectoscoop in de plasbuis te gaan en zo in de blaas de poliepen te verwijderen. Deze worden vervolgens opgestuurd naar het pathologisch labo.
Voor de operatie zal de arts met je bespreken of bepaalde medicatie, zoals bloedverdunners, tijdelijk moet worden aangepast. Dit gebeurt altijd in overleg. Op de dag van de ingreep moet je nuchter zijn. De duur van de operatie ligt meestal tussen de 10 en 60 minuten, afhankelijk van het aantal en de grootte van de poliepen. Na de ingreep wordt een blaaskatheter geplaatst om de urine af te voeren en de blaas te spoelen. Na 1 dag wordt de blaassonde verwijderd.
Na de operatie blijf je meestal één dag in het ziekenhuis. De blaaskatheter wordt doorgaans binnen dezelfde periode verwijderd. In de eerste weken na de ingreep kan het plassen wat branderig aanvoelen en kan er tijdelijk wat bloed in de urine zichtbaar zijn. Dit is normaal en verdwijnt meestal vanzelf.

Nabehandeling

Tijdens de eerste 2 weken na de ingreep is het belangrijk om geen zware lasten te tillen en zware lichamelijke inspanningen te vermijden.
Na ontslag uit het ziekenhuis is het belangrijk om contact op te nemen met je arts wanneer je koorts krijgt hoger dan 38,5 °C, niet meer kan plassen, aanhoudend of toenemend bloedverlies hebt, of wanneer je ernstige pijn of branderigheid ervaart die niet verbetert.
Ongeveer 1 week na de ingreep komt u op controle bij uw uroloog. De uroloog vertelt u wat het resultaat is van het pathologisch onderzoek van de tumor. Aan de hand hiervan is er verder nazicht of behandeling noodzakelijk. In ieder geval is het nodig om steeds na enkele maanden opnieuw in uw blaas te kijken om te controleren of er geen nieuwe blaastumoren zijn. Dit kan via de raadpleging met een cystoscopie. Blaaspoliepen komen namelijk zeer vaak terug.

Voorzorgsmaatregelen

  • Drink voldoende (min. 1.5-2l/dag)
  • Verricht 2 weken geen zware lichamelijke arbeid
  • Vermijd seksueel contact gedurende 2 weken
  • Vermijd persen bij ontlasting (zo nodig kan een laxeermiddel worden voorgeschreven)

Mogelijke complicaties

Zoals bij elke operatie kunnen er bij TURB bijwerkingen of complicaties optreden, al zijn deze meestal tijdelijk en goed behandelbaar. Veel patiënten ervaren in het begin een branderig gevoel bij het plassen of tijdelijk bloed in de urine.
Minder frequente complicaties bestaan uit een urineweginfectie of een nabloeding.
In een zeer zeldzaam geval kan er tijdens de operatie een gat in de blaas ontstaan (perforatie). De spoelvloeistof die tijdens de operatie wordt gebruikt, kan dan buiten de blaas komen. Als dat gebeurt, stopt de arts met opereren om verdere lekkage te voorkomen. Een kleine perforatie sluit vanzelf, terwijl bij een grotere perforatie soms een open buikoperatie nodig is om het weggelekte vocht te verwijderen en het gat te sluiten.